Veelgestelde vragen

Het is verboden alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Identificatie blijft achterwege indien het een persoon betreft die onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt. 

Als de verstrekker in dit geval geen ID vraagt, neemt hij een risico. Indien de handhaver oordeelt dat de betreffende persoon niet onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt, kan de verstrekker inderdaad een boete ontvangen omdat hij de leeftijd niet heeft geverifieerd.

De gestelde leeftijdsgrens van 25 jaar is een onderlinge afspraak van de supermarkten om er zeker van te zijn dat ze de regels goed uitvoeren: http://www.cbl.nl/activiteiten/lobby-en-wetgeving/alcohol-en-tabak/legitimatieleeftijd-naar-25-jaar/ . Veel sportkantines en verstrekkers van tabak hanteren ook de legitimatieleeftijd van 25 jaar.

Supermarkten zijn wettelijk verplicht te controleren of iemand de vereiste leeftijd heeft waarop zij alcohol of tabak aan die persoon mogen verkopen. Om zich goed aan de wet te kunnen houden hebben alle supermarkten daarom onderling afgesproken dat iedereen onder de 25 jaar verplicht is een legitimatiebewijs te tonen: http://www.cbl.nl/activiteiten/lobby-en-wetgeving/alcohol-en-tabak/legitimatieleeftijd-naar-25-jaar/

Als de caissière te maken heeft met een groepje jongeren dat drank koopt zal hij of zij op haar hoede moeten zijn. Als degene die oud genoeg is om alcohol te kopen of te bestellen samen komt met vrienden die nog geen 18 zijn, dan moet iedereen zich eerst legitimeren. Is er iemand bij die jonger is dan 18, dan moet de caissière nee verkopen aan de gehele groep. Je kunt je ook een situatie voorstellen in een supermarkt waarbij de kassamedewerker een jongere weigert drank te verkopen en een ouder iemand verder in de wachtrij zegt: "Dan koop ik het toch voor hem". In dat geval is er ook duidelijk sprake van wederverstrekking en blijft het antwoord: “Nee, ik mag u geen alcohol verkopen”.

Er zijn 2 mogelijkheden:

  1. Een ID-kaart, oftewel identiteitskaart, wordt uitgeleend aan iemand anders. Dat mag niet. Een ID-kaart is namelijk persoonsgebonden. Als dit wel gebeurt, dan wordt identiteitsfraude gepleegd. Dit is een strafbaar feit. De vraag of het de verkoper te verwijten valt als iemand de ID-kaart van bijvoorbeeld zijn broer of zus meeneemt, zal afhangen van de omstandigheden per geval.
  2. Daarnaast kan iemand ook een ID-kaart namaken. Als dat zo goed gedaan is, dat het niet op het eerste gezicht als vals te herkennen valt, maar dat hier nader onderzoek voor nodig is, kan dit de verkoper of de portier niet worden verweten. Is het echter duidelijk een kopie met een andere foto eroverheen geplakt, waarvan meteen zichtbaar is dat het om een valse kaart gaat, dan kan het de verkoper wel worden verweten.

Vanaf 1 januari 2014 mogen supermarkten geen alcohol verkopen aan klanten onder de 18 jaar. Er mag ook geen alcohol worden verkocht aan een klant die wel oud genoeg is om alcohol te kopen, maar samen komt met vrienden die nog geen 18 zijn terwijl duidelijk is dat de alcohol ook voor hen bedoeld is. Er zou dan sprake kunnen zijn van wederverstrekking, iedereen moet zich dan legitimeren.

De wet geeft aan dat supermarkten en slijters, maar ook horecabedrijven, alleen alcohol mogen verkopen aan een klant als voor iedereen duidelijk is dat deze klant de drank niet direct doorgeeft aan jongeren onder de 18 jaar. Als duidelijk is dat de alcohol wordt gekocht met de bedoeling het direct ter plekke aan een jongere door te geven moet de caissière of barmedewerker nee verkopen. Dan is er zogenaamd sprake van wederverstrekking of doorverkoop (Drank- en Horecewet, artikel 20). In alle andere gevallen kan de verkoper de drank, na vaststelling dat de koper 18 jaar of ouder is, gewoon verstrekken. En dat geldt zeker ook voor ouders die drank in de supermarkt kopen voor thuisgebruik ook al hebben ze op het moment van de aankoop één of meer jonge kinderen bij zich.

De wet maakt onderscheid tussen wel en niet “voor publiek toegankelijke plaatsen”. Bij dat laatste gaat het om algemene toegankelijkheid. De school wordt gezien als een plaats die niet bestemd is voor algemene toegankelijkheid, althans wanneer er alleen eigen docenten en eigen leerlingen aanwezig zijn. In zo’n situatie is het voor jongeren onder de 18 jaar niet strafbaar om alcohol te bezitten.

Het schoolreglement kan het natuurlijk wel verbieden! Wanneer mensen van buitenaf welkom zijn, bijvoorbeeld tijdens een feest, kan de school wel gezien worden als een voor publiek toegankelijke plaats. Dan geldt voor jongeren onder de 18 jaar het verbod om alcohol te bezitten. Verder houdt de Drank- en Horecawet voor iedereen, dus ook voor scholen, in dat als er voor het schenken van alcohol een vergoeding wordt gevraagd, dat alleen kan als er een Drank- en  Horecavergunning is. Heeft de school die niet, dan kan, bijvoorbeeld bij een feest, alleen tegen betaling worden geschonken als de burgemeester een eenmalige ontheffing van die vergunningplicht heeft gegeven. De school dient zich overigens ook mét vergunning of ontheffing te houden aan de wettelijke regel dat er geen alcohol verkocht mag worden aan jongeren onder de 18 jaar.

Een instelling is geen publieke ruimte. Daarom is een jongere onder de 18 jaar volgens de wet niet strafbaar als hij in de instelling in het bezit is van alcohol en dat de jongere via bijvoorbeeld ouders of oudere kennissen heeft gekregen. Ook het nuttigen van alcohol in de gezamenlijke woonkamer of op zijn/haar eigen kamer is niet strafbaar. Niet voor de jongere zelf en niet voor de instelling (want de instelling valt niet onder de publieke ruimte en jullie verkopen niet de alcohol aan de jongere onder de 18 jaar).

Hier geldt de Drank- en Horecawet zoals  die ook voor elke thuissituatie geldt: in de wet is daarover niets vastgelegd. Ouders mogen hun kind onder de 18 jaar thuis laten drinken, jongeren onder de 18 jaar zijn ook niet strafbaar als ze thuis alcohol in hun bezit hebben.

Wel kan elke instelling natuurlijk in zijn alcoholbeleid meenemen of de instelling het wenselijk blijft vinden dat onder 18 jaar bewoners alcohol drinken en of de instelling met haar beleid wil aansluiten bij de om gezondheidsredenen verhoogde leeftijdsgrens van 18 jaar voor alcohol.

Het verbod op het aanwezig hebben van alcoholhoudende drank onder de 18 jaar geldt niet voor jongeren van 16 jaar en ouder die een horeca opleiding volgen, of die achter de bar van een (sport)vereniging staan. Beiden zijn expliciet uitgezonderd van het verbod in de Drank—en Horecawet. Als jongeren 16 of 17 jaar zijn mogen ze wel alcohol verstrekken (schenken), maar ze mogen zelf geen alcohol drinken. In de wet staat dat deze uitzondering geldt voor personen van 16 of 17 jaar die dienst doen in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waaronder inbegrepen, de barvrijwilliger in een inrichting in beheer bij een paracommerciële rechtspersoon. Er dient overigens, behalve in (sport)kantines, altijd een leidinggevende in de inrichting aanwezig te zijn.

Er zijn 2 mogelijkheden:

1. Een ID-kaart, oftewel identiteitskaart, wordt uitgeleend aan iemand anders. Dat mag niet. Een ID-kaart is namelijk persoonsgebonden. Als dit wel gebeurt, dan wordt identiteitsfraude gepleegd. Dit is een strafbaar feit.
De vraag of het de verkoper te verwijten valt als iemand de ID-kaart van bijvoorbeeld zijn broer of zus meeneemt, zal afhangen van de omstandigheden per geval.

2. Daarnaast kan iemand ook een ID-kaart namaken. Als dat zo goed gedaan is, dat het niet op het eerste gezicht als vals te herkennen valt, maar dat hier nader onderzoek voor nodig is, kan dit de verkoper of de portier niet worden verweten.
Is het echter duidelijk een kopie met een andere foto eroverheen geplakt, waarvan meteen zichtbaar is dat het om een valse kaart gaat, dan kan het de verkoper wel worden verweten.


(Bron: Ministerie van VWS)

 

 

 

 

Ja, dat is bepaald in de Drank- en Horecawet, in artikel 20, vijfde lid.
"Bij de voor het publiek bestemde toegang tot een horecalokaliteit, een slijtlokaliteit, een ruimte als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of een vervoermiddel waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, dient duidelijk zichtbaar en goed leesbaar te worden aangegeven welke leeftijdsgrens of leeftijdsgrenzen gelden. Bij regeling van onze Minister kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld of modellen worden vastgesteld."

(Bron: Ministerie van VWS)

De school is onder normale omstandigheden geen publieke ruimte en de wet is niet van toepassing tijdens onderwijsactiviteiten zoals serveren en proeven. Dus wettelijk kunnen de lessen gegeven worden aan leerlingen onder de 18 en de wet zegt ook niet dat proeven verboden is. Of u de leerlingen onder de 18 alcohol laat proeven is wel een kwestie van schoolbeleid en afspraken met ouders/verzorgers. We gaan er van uit dat bij proeven de alcoholhoudende drank weer wordt uitgespuugd, zodat het proeven van drank geen negatief resultaat heeft op het vervolg van de les of het onder invloed deelnemen aan het verkeer na afloop van de les. Ouders behoren te weten dat hun kinderen alcohol proeven op school.

Ondernemers mogen geen alcohol verkopen aan jongeren onder de minimum leeftijdsgrens. Ook niet aan hun ouders of aan andere volwassenen als deze drank kennelijk bestemd is voor de jongere.

Het kan de ondernemer worden aangerekend als duidelijk is dat de drank bestemd was voor de jongere zelf en hij toch alcohol heeft verstrekt. Daarnaast kan ook de jongere zelf een boete krijgen voor het in bezit hebben van de drank in de openbare ruimte (bijvoorbeeld de horeca). Het zal er in deze situatie dus op neerkomen dat de ondernemer duidelijk moet maken aan de ouders dat hij niet kan en mag schenken aan minderjarigen. Doet hij dat niet, dan riskeren beide partijen een boete.

(Bron: Ministerie van VWS)